Inleiding

Dorothea Visser werd geboren in Gendringen als het vijfde kind in een arm gezin met negen kinderen. Zij was een stil en teruggetrokken meisje, lichamelijk minder vaardig dan haar leeftijdsgenoten en vaak het doelwit van spot. Ook thuis kende zij geen gemakkelijke jeugd; soms ontbrak zelfs het meest noodzakelijke, zoals voldoende voedsel. Wat bij velen verbittering had kunnen oproepen, droeg Dorothea van jongs af aan in verbondenheid met Jezus. Haar moeder leerde haar bidden, haar grootmoeder bracht haar geestelijke liederen bij. Al vroeg richtte zij haar hart meer op God dan op aardse genoegens.

Op twaalfjarige leeftijd ging Dorothea werken bij een boer. Daar raakte zij ernstig gewond aan haar rechterbovenbeen door een koe. De wond werd als ongeneeslijk beschouwd en moest om de vier à vijf weken worden uitgebrand. Uiteindelijk leidde dit tot gedeeltelijke verlamming en tot het verlies van haar vermogen om zelfstandig te urineren; tweemaal daags was zij daarvoor afhankelijk van een arts. Beide aandoeningen golden destijds als uitzichtloos.

Vanaf 1 december 1843 droeg Dorothea de wondetekenen van Christus. Vrijwel elke vrijdag trad er bloeding op aan hoofd, borst, handen en voeten. Tegelijkertijd werd zij door velen bezocht: artsen, geestelijken en eenvoudige mensen. Niet vanwege geleerdheid, maar omwille van haar gebed en haar gedragen lijden zocht men bij haar raad. Door vasten en gebed ontving zij inzichten die haar omgeving diep raakten.

Dorothea deed meerdere voorspellingen met betrekking tot haar eigen genezing. Zo kondigde zij op 21 maart 1844 aan dat zij blijvend verlost zou worden van haar urineprobleem — wat ook daadwerkelijk gebeurde. In 1859 voorzegde zij de genezing van haar been; deze vond plaats op 22 december van dat jaar. Tevens voorspelde zij dat het bloeden van de stigmata voortaan alleen nog zou optreden op Goede Vrijdag en op de feesten van Kruisvinding en Kruisverheffing — wat inderdaad zo is geschied.

Niet iedereen stond haar welwillend tegenover. Ook binnen kerkelijke kringen ontstonden wantrouwen en weerstand, waardoor haar leven en lijden slechts beperkt bekendheid kregen. Dorothea droeg de stigmata drieëndertig jaar lang, tot aan haar overlijden op 11 juli 1876 in Olburgen.

Na haar dood werd haar levensverhaal door haar zielzorger zorgvuldig opgetekend. Voor zover bekend zijn haar voorspellingen uitgekomen. In een visioen na haar overlijden sprak zij over een toekomstige bekendheid van haar naam, een belofte die nog op vervulling wacht. Daarom blijven mensen zich inzetten om haar leven en betekenis levend te houden.

Naar; De gestigmatiseerde Dorothea Visser, Stichting Vrienden van Dora Visser, Olburgen, 1996, blz. 3-7.

Beheerder Website Avatar

Gepubliceerd door

Categories:

Plaats een reactie

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen