Zaligverklaringsproces van Dorothea (Dora) Visser (1819–1876)
Leven en historische situering
Dorothea (Dora) Visser werd geboren op 28 september 1819 in Gendringen en overleed op 12 juli 1876 in Olburgen (Gelderland). Zij groeide op in een katholiek daglonersgezin in de Achterhoek en was een van negen kinderen. Op twaalfjarige leeftijd trad zij in dienst op een boerderij. Na een ernstig beenletsel bleef zij blijvend lichamelijk beperkt.
Vanaf december 1843, op 24-jarige leeftijd, werden bij haar volgens tijdgenoten verschijnselen waargenomen die binnen de katholieke traditie als stigmata worden aangeduid. Verslagen spreken over wonden aan handen, voeten, zijde en hoofd. Haar geestelijk begeleiders, onder wie kapelaan Herfkens en later kapelaan Teus Kerkhof, legden gebeurtenissen en waarnemingen vast in aantekeningen en dagboeken.
In de kerkelijke context van de negentiende eeuw, met name rond het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, ontstond publieke discussie rond haar persoon. In 1861 werd kapelaan Kerkhof overgeplaatst; Dora verhuisde later met hem mee. Uiteindelijk vestigden zij zich in Olburgen, waar zij in 1876 overleed en werd begraven.
Herleving van belangstelling
Na haar overlijden nam de publieke aandacht af. In 1965 verscheen opnieuw belangstelling door publicaties in De Gelderlander over de nagelaten aantekeningen van pastoor Kerkhof. In 1991 werd in Doesburg een tentoonstelling aan haar leven gewijd. Rond haar graf in Olburgen bleef een vorm van persoonlijke devotie bestaan.
Het Meertens Instituut (KNAW) documenteert Olburgen als plaats van katholieke devotie in de Nederlandse Bedevaartbank.
Het zaligverklaringsproces
Binnen de Rooms-Katholieke Kerk is een formeel proces tot zaligverklaring gestart. In april 2011 vond de eerste zitting plaats van de kerkelijke rechtbank in het aartsbisdom Utrecht. Het diocesane onderzoek werd in 2013 afgerond en het dossier werd overgedragen aan de bevoegde instantie in Rome, de Dicasterie voor de Heilig- en Zaligverklaringsprocessen (voorheen Congregatie voor de Heiligverklaringen).
Postulator van het proces is dr. Waldery Hilgeman.
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de Vita Documentata: een uitgebreide beschrijving van leven, deugden en reputatie van heiligheid. Dit document vormt samen met historisch en theologisch onderzoek de basis voor verdere beoordeling in Rome.
Volgens de geldende kerkelijke normen is voor zaligverklaring de erkenning van één wonder vereist dat na het overlijden heeft plaatsgevonden op voorspraak van de kandidaat.
Onderzoek naar een genezing
In het kader van het proces is melding gemaakt van een genezing in 2002. Het betreft een man uit Hengelo (Gelderland) met ernstige knieproblemen, die na een bezoek aan het graf van Dora Visser zonder krukken kon lopen. De gebeurtenis is in het diocesane onderzoek beoordeeld en als medisch onverklaarbaar aangemerkt. Deze erkenning geldt binnen het proces als het vereiste wonder voor zaligverklaring.
Devotie en kerkelijke betekenis
Het graf van Dora Visser in Olburgen wordt jaarlijks door vele bezoekers bezocht. In 2010 werd bij haar graf een kapel ingewijd door kardinaal Wim Eijk, aartsbisschop van Utrecht.
Binnen de katholieke traditie betekent zaligverklaring dat officieel wordt vastgesteld dat iemand in christelijke deugd heeft geleefd en dat publieke verering in een bepaalde regio of gemeenschap is toegestaan. Een eventuele heiligverklaring zou deze verering uitbreiden tot de gehele Kerk.
