Dora Visser onder het blijvend present kruis van Christus

Participatio – configuratio – conformitas als hermeneutische sleutel

De mystieke ladder in één zin

Participatio (deelhebben) leidt tot configuratio (vormwording), die rijpt in conformitas (wilsovereenstemming): zo wordt het kruis niet een thema, maar een levensvorm in Christus.


Leeswijzer

Deze pagina biedt een christologisch verantwoorde, mystiek-theologische lezing van Dorothea (Dora) Visser onder het criterium van het Kruis. Ze is bewust geschreven niet vanuit sensatie of fenomenen, maar vanuit de vraag naar vorm: welke gestalte krijgt een mensenleven wanneer het werkelijk “onder het Kruis” wordt geplaatst?

Het uitgangspunt is eenvoudig en tegelijk veeleisend:

  • het kruis van Christus is historisch eenmalig en volbracht;
  • de incarnatie is blijvend: Christus is voor eeuwig God-Mens;
  • daarom kan het kruis niet worden teruggebracht tot een “voorbij moment”, maar blijft het als gekruisigde identiteit constitutief voor wie de Verrezene is.

Vanuit die horizon wordt Dora’s weg verstaan als: participatio → configuratio → conformitas.


1. Inleiding: het kruis als blijvende identiteit van de God-Mens

De vraag of het kruis slechts een historisch moment is, of ook een blijvende werkelijkheid in het God-Mens-zijn van de Zoon, raakt de kern van elke mystieke duiding.

De klassieke christologie (Chalcedon) belijdt Christus als één Persoon in twee naturen: waarachtig God en waarachtig mens. Dat betekent: de menswording is geen fase die later “verdwijnt”. De Zoon blijft blijvend God-Mens.

Tegelijk vraagt de orthodoxie om precisie:

  • Christus’ lijden is werkelijk, maar naar de menselijke natuur;
  • God lijdt niet naar zijn goddelijke natuur (impassibilitas Dei);
  • het kruis is eenmalig en volbracht (“Het is volbracht”).

En tóch: de Verrezene blijft herkenbaar als Gekruisigde. De Apocalyptische voorstelling van het Lam, staande als geslacht (Openb. 5,6) drukt uit dat de kruisvorm niet achtergelaten wordt als “vroeger”, maar blijft behoren tot de identiteit van Christus.

Daarmee ontstaat een geestelijke ruimte: niet om Golgotha te herhalen, maar om te verstaan hoe een mensenleven door genade kan worden ingevoegd in de blijvende zelfgave van Christus.


2. Eerst het veilige onderscheid: passio en oblatio

Wie over “blijvende presentie” van het kruis spreekt, moet een onderscheid helder houden. Anders schuift men ongemerkt naar een idee van “voortdurende kruisiging”, alsof het offer niet voltooid zou zijn.

Veilig onderscheid

  • Passio (pijn/ondergaan) is voltooid.
  • Oblatio (zelfgave) is eeuwig levend en present.

Veilige formulering

Niet de passio duurt voort, maar de oblatio: Christus blijft eeuwig de zelfgave die in het kruis zichtbaar werd, nu verheerlijkt.

Veilige formulering

De wonden zijn niet de voortzetting van het lijden, maar de verheerlijkte tekenen van de gekruisigde liefde.

Dit bewaart drie dingen tegelijk:

  1. de voltooiing van Golgotha;
  2. de werkelijke overwinning van de verrijzenis;
  3. de blijvende identiteit van Christus als Gekruisigde-Verrezene.

3. De theologische lezing: participatio – configuratio – conformitas

3.1 Participatio: deelhebben aan Christus (zonder duplicatie)

Participatio betekent: deelhebben aan Christus door genade.

De Schrift gebruikt taal die scherp én gevoelig is: “met Christus gekruisigd” (Gal. 2,19–20) en “aanvullen wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus” (Kol. 1,24). Dit “ontbreken” duidt niet op een tekort in het heil, maar op de doorwerking ervan in het Lichaam: ecclesiologisch, niet competitief.

Voor Dora betekent dit: haar lijden is niet een tweede verlossingsdaad, en ook niet een “bewijsvoering”. Het kan verstaan worden als een leven dat – in gehoorzaamheid en verbondenheid met de sacramentele communio – deelneemt aan Christus’ ene zelfgave.

Kort gezegd:
Dora’s weg is geen herhaling van Golgotha, maar participatio in het ene offer, zoals het in het Lichaam wordt meegedragen.


3.2 Configuratio: vormwording – het kruis als gestalte

Configuratio gaat dieper: het bestaan wordt gevormd naar de gestalte van Christus.

Hier verschuift de focus van “wat gebeurt er?” naar “welke vorm krijgt het leven?”
Dat is precies de beweging die uw kruis-criteriologie maakt.

Configuratio wordt zichtbaar waar het leven:

  • kruisdraagkrachtig wordt (niet romantisch, maar realistisch);
  • gehoorzaam blijft (ook wanneer dat schuurt);
  • waarheidslievend is (zonder narratieve zelfverheffing);
  • ecclesiaal ingebed blijft;
  • eucharistisch gericht is;
  • mariaal ontvankelijk is (ontvangen i.p.v. claimen).

Bij Dora wordt dit criterium scherper dan welk fenomeen ook. De vraag is niet primair: “wat was uitzonderlijk?” maar: “welke Christusvorm tekent zich af?”

Kernzin:
Niet het fenomeen is beslissend, maar de vorm. Configuratio crucis wordt zichtbaar waar het leven de structuur van zelfgave en waarheid krijgt.


3.3 Conformitas: wilsovereenstemming – “niet mijn wil”

Conformitas is de rijpe fase: niet alleen deelhebben, niet alleen gevormd worden, maar innerlijk gelijkgestemd zijn.

“Niet mijn wil, maar de uwe” (Getsemane) is het klassieke knooppunt van conformitas. Het kruis wordt hier niet gezocht als sensatie, maar ontvangen als plaats van trouw.

Conformitas toont zich concreet in:

  • vrede onder beproeving;
  • waarheidsliefde;
  • bereidheid tot onderscheiding en correctie;
  • ecclesiale nederigheid;
  • afwezigheid van aanspraak op uitzonderingspositie.

Voor Dora is dit een cruciaal criterium: waar zij zich laat gezeggen door kerkelijke beoordeling, waar zij niet “boven” de Kerk gaat staan, waar zij geen eigen gezag claimt op basis van ervaring – daar wordt conformitas zichtbaar als geestelijke rijpheid.


4. Dora onder het Kruis: waarom dit meer is dan “mystiek”

Wanneer Dora’s weg wordt gelezen onder het blijvend present kruis van Christus, verschuift het perspectief:

  • van curiosum → naar christoforme gestalte;
  • van fenomeen → naar vorm;
  • van spektakel → naar heiligheid als gehoorzaamheid en liefde.

Daarom kan Dora’s weg niet gelezen worden als herhaling, maar als participatio–configuratio–conformitas: een existentie die in de Kerk wordt ingevormd in de blijvende kruisgestalte van Christus’ liefde.


5. Dogmatische waakzaamheid (kort en helder)

Deze benadering is alleen vruchtbaar als ze de grenzen bewaart:

  1. Impassen van God: God lijdt niet naar de goddelijke natuur.
  2. Voltooiing van het kruis: het offer is eenmalig en definitief.
  3. Verrijzenis: de wonden zijn verheerlijkte tekenen, geen voortgaande pijn.

Wat blijft, is niet een voortdurende passio, maar een blijvende identiteit van zelfgave.


Slotbeschouwing

Indien Christus voor eeuwig de Gekruisigde-Verrezene is, dan is het kruis geen afgesloten hoofdstuk, maar de blijvende openbaring van Gods zelfgave. In die horizon wordt Dora’s leven leesbaar: niet als mystiek fenomeen, maar als existentiële configuratie aan een levende werkelijkheid.

Het kruis is geen herinnering.
Het is criterium.


In PDF

Beheerder Website Avatar

Gepubliceerd door

Categories: